Thema ruimte op Generatie 2030

Op dinsdag 18 november organiseerden we in OPEK in Leuven het Congres Generatie 2030 rond onze prioritaire thema's Recht op Vrije Tijd, Mentaal Welzijn en Ruimte. Lees hier een terugblik op de sessies rond ruimte.

Wil je graag een verslag of presentatie? Mail dan naar peter.bosschaert@ambrassade.be .

Meer Ruimte om Jong te zijn

Het prioritaire thema ruimte vertrok op het Congres vanuit de vaststelling dat kinderen en jongeren ruimte nodig hebben om jong te kunnen zijn, maar die is er steeds minder in ons verstedelijkt land. Waardoor kinderen bijvoorbeeld minder buiten spelen.

We hebben dus net méér jeugdgerichte ruimte nodig, die zo georganiseerd is dat kinderen en jongeren er volwaardig gebruik van kunnen maken. Ruimte die ze die mee kunnen, mogen en willen vormgeven.

Onze toekomstbeelden:

  • Hoe kinderen en jongeren erkennen als gebruikers van publieke ruimte

  • Hoe hen betrekken in de vormgeving van die ruimte

  • Welke handvaten zijn hiervoor om dit te faciliteren.

Inleiding

Vlaams Minister van Omgeving Jo Brouns sprak in de inleiding zijn bereidheid uit om samen te werken met kinderen, jongeren en hun organisaties om ruimte in Vlaanderen mee vorm te geven.

Als je aan politiek doet, doe je dat uit idealisme, voor de toekomst, voor de volgende generatie en die moet daaraan kunnen meebouwen. Letterlijk.” - Jo Brouns

Benedicte Roose van het Departement Jeugd kwam daarna uitleggen hoe het JKP met de prioriteit ‘Ruimte om jong te zijn’ hiervoor kansen biedt.

Nadien gingen we over participatie in ruimtebeleid in gesprek met Lien Casier (kabinet Brouns en oud-schepen van omgeving, wonen en mobiliteit van Merchtem), Oskar Bonte (jongerenadviseur voor de Vlaamse Jeugdraad) en Jouri De Pelecijn (Team Vlaamse Bouwmeester). Zij bevestigden dat er wel degelijk verandering op komst is, maar erkenden dat participatie van kinderen en jongeren in het ontwikkelen van de (publieke) ruimte zeker nog geen automatisme is.

[over participatie] “Dat recht moet je als jongere kunnen realiseren, waar je ook geboren bent” Oskar Bonte

Verder hadden we het oa over de rollen van de Vlaamse Overheid, lokale besturen, private partners én het jeugdwerk in het betrekken van kinderen en jongeren in ruimtebeleid.

“Ik denk dat het vooral belangrijk is dat we een brede omslag maken. Het gaat om een ommeslag waarin participatie een automatisme wordt.’ - Jouri De Pelecijn

De vermelding van de Kindnorm in de conceptnota van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en de focus op jeugdinfrastructuur van de Meesterproef van team Vlaamse Bouwmeester werden aangehaald als tekens van die kentering.

Conclusie: Er is nog heel wat werk. Participatie is geen evidentie, maar een competentie die getraind moet worden, zodat kinderen, jongeren en hun organisaties én lokale besturen, projectontwikkelaars en architecten elkaar kunnen vinden om ruimte kindvriendelijk te maken.

Namiddagsessies:

  • PLAYCes:

    Tine (VDS) & Pauline (Jantje Beton) namen ons mee in hun grootste geleerde lessen na het werken aan PLAYCES, de inspiratiegids over participatief werken rond ruimte ontwikkeling met kinderen en jongeren. De cijfers in Nederland én Vlaanderen over het ruimtegebruik van kinderen en jongeren zakten de afgelopen jaren heel stevig. Tine & Pauline delen heel wat voorbeelden van hun PLAYCES tour door Vlaanderen, Brussel & Nederland, van hele kleine ingrepen die overal lokaal mogelijk zouden kunnen zijn, tot enorm zotte ambitieuze projecten waar mét kinderen en jongeren ontworpen, gebruikt en beheerd wordt.

    Pauline: ‘je kan heel erg werken aan inclusief spelen zonder dat alles altijd voor iedereen toegankelijk MOET zijn of iedereen mee MOET spelen. Denk aan dit principe: 100% is welkom op je plek, je plek moet voor 70% toegankelijk zijn, en op je plek moet 50% (kunnen) mee spelen.

    Meer info:

  • Rond Tafels Jeugdruimte

We organiseerden 5 ronde tafel-gesprekken over actuele thema’s in jeugdruimte. Elke sessiemet een eigen focus en spreker(s).

  1. Outdoor urban sportplekken: ook voor meisjes

    Kinderen en jongeren zoeken plekken die ze zich eigen kunnen maken en waar ze kunnen ontmoeten én sporten. Urban sports zijn populair en krijgen steeds meer aandacht in het lokale sport- en jeugdbeleid.
    Lore Cuypers (Vital Cities / Sportinnovatiecampus) gaf ons uitleg over de Urban Sports Kickstart Guide: een praktische leidraad voor het ontwerp van outdoor urban sportruimtes. Ze vertrok vanuit de beleving en noden van jongeren, met extra aandacht voor meisjes, die vaak ondervertegenwoordigd zijn bij beslissingen over publieke ruimte.

    Lore: "Urban sport is een vorm van positieve ondermijning die wijst op het feit dat openbare ruimte, om die naam te verdienen, in staat moet zijn om elke vorm van toe-eigening of creatieve activiteit te verdragen, zolang die niet de andere vrijheidsprincipes in vraag stelt."

    Meer:

    • Een podcast over meisjes in de publieke ruimte en publicatie bouwstenen van een inclusieve publieke ruimte vind je hier.

    • De YET app: Met deze app kunnen jongeren een foto trekken van de ruimte en kunnen ze zelf elementen gaan toevoegen.

  2. Gender en publieke ruimte

    Jessica Vosters en Gitte Van Der Biest (JES vzw) betrekken kinderen en jongeren bij de inrichting van hun wijk. De afgelopen jaren lag hun focus vooral op meisjes en de publieke ruimte, omdat de publieke ruimte vaak met meer nadruk is ingericht op basis van de noden van jongens, die meer zichtbaar zijn. Jessica en Gitte deelden delen hun praktijkervaring uit het boek Gender en de stad: Les filles (ne) traînent (pas). De deelnemers leerden bij over de verschillende perspectieven op de stad, de beleving van meisjes en vrouwen en de strategieën die zij gebruiken om zich de stad eigen te maken en zich veilig te voelen. Daarbij ligt de focus vooral op het aanwezig zijn van verschillende mensen in de publieke ruimte, goede afspraken maken en levendigheid bewaken/ creëren op een plek.

    Gitte: “We hoorden van meisjes dat ze zich liever op drukke plekken in de stad begeven, zoals toeristische centra en winkelstraten. Die hebben een dubbele functie, ze bieden ruimte, maar ook veiligheid.

    Meer info over de publicatie vind je via deze link.

  3. Inclusieve speelruimte voor iedereen

    Hoe zorg je ervoor dat kinderen met een beperking echt kunnen meespelen op een speelruimte? In deze sessie kon je ontdekken hoe je speelplekken ontwerpt die verder gaan dan alleen toegankelijkheid. Sabine Miedema (Kind en Samenleving) vertelde over hoe je kinderen met een beperking actief kan betrekken en wat een avontuurlijke speelplek voor iedereen kan betekenen. Ze gaf voorbeelden uit de praktijk en concrete ontwerpprincipes.

    Die kan je ook terugvinden in de publicatie ‘Avontuurlijke speelruimte voor iedereen’.

    Sabine: “het traject was een echte eye-opener, want kinderen met een beperking hebben echt andere noden en verwachtingen over speelterreinen. Normaliter wil ik geen omheiningen rond speelruimtes, maar voor deze kinderen was dat dan net inclusiever.”

  4. Klimaatgezonde speelplaatsen: hefboom voor de buurt

    Het MOS-team van de Provincie Oost-Vlaanderen begeleidt scholen naar klimaatgezonde speelplaatsen.
    De MOS-begeleiders Wouter en Mike legden ons uit hoe je dit proces start en welke randvoorwaarden nodig zijn. Daarnaast gaven ze lessen uit de praktijk: wat scholen écht nodig hebben, hoe je hen helpt een gedragen visie te ontwikkelen en hoe je de veranderde speelplaats verankert in de werking van een school. Vroeger was er meer angst dat kinderen vuil zouden worden. Nu vragen meer en meer scholen en ouders naar groene speelplaatsen, een positieve tendens!

    Wouter De Tandt: "Een gezamenlijke visie is cruciaal om draagvlak te creëren. Pas daarna kan je over gaan tot de planfase. Daarvoor moet de school de leerkrachten, leerlingen, onderhoudspersoneel,… gaan bevragen. Zo krijg je een hele wensenlijst die kan dienen als basis voor een eerste ontwerp van je nieuwe speelplaats."

  5. De Kindnorm in mobiliteitsbeleid

    Kinderen worden vaak over het hoofd gezien in mobiliteitsbeleid, terwijl hun perspectief juist de sleutel is tot veiligere, gezondere en meer leefbare buurten. Wat goed is voor een kind, is vaak goed voor iedereen. Mobiel 21 kwam uitleggen hoe ze aan een krachtige coalitie rond de Kindnorm bouwen met een visie die inzet op veilige routes, kindvriendelijke infrastructuur en échte inspraak voor kinderen en jongeren. De Kindnorm daagt beleidsmakers en ontwerpers uit om mobiliteit te herdenken vanuit de kleinste gebruikers, met grote impact. Sanne legde de principes van de Kindnorm uit met concrete tools en reikte inspirerende voorbeelden aan om er zelf mee aan de slag te gaan.

    Sanne: “Je veilig zelfstandig kunnen verplaatsen, zoals de Kindnorm beschrijft, hoort een kinderrecht te zijn.

    Meer info over de Kindnorm vind je hier.


De andere sessies worden binnenkort aangevuld.




Onze Ambitie voor 2030

In 2030 erkennen beleidsmakers, ruimte professionals, architecten en projectontwikkelaars kinderen en jongeren als volwaardige gebruikers van publieke ruimte en zijn ze betrokken bij het vormgeven van alle ruimte die impact heeft op hun welzijn. 

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief