Wat is dak- en thuisloosheid?
Dak- en thuisloosheid kent vele vormen en is een complexe problematiek. Op deze pagina vind je algemene info terug over dit thema.
Voor veel mensen lijkt een eigen plek om te wonen vanzelfsprekend. Toch groeit in Vlaanderen een aanzienlijk aantal jongeren zonder veilige en stabiele woonplek. Dak- en thuisloosheid onder jongeren is een groeiend, maar vaak verborgen probleem. Voor velen blijft het een blinde vlek, omgeven door misverstanden en stereotype beelden.
Bij veel jongeren is het niet zichtbaar dat ze dak- of thuisloos zijn: ze logeren bij vrienden, verblijven tijdelijk in opvang, of hebben geen veilige plek die ze écht hun thuis kunnen noemen. Ze proberen de stap naar zelfstandigheid te zetten, maar verliezen onderweg hun houvast.
Daarom moeten we hier als jeugdwerkers alert voor zijn. Niet alleen om de juiste signalen op te pikken, maar ook om duurzame relaties op te bouwen met jongeren in kwetsbare situaties.
Dakloos of thuisloos? Een belangrijk onderscheid
Niet elke jongere zonder vaste verblijfplaats slaapt op straat. Dakloosheid verwijst meestal naar jongeren die letterlijk geen dak boven hun hoofd hebben.
Thuisloosheid is een ruimer begrip: het gaat ook over jongeren zonder veilige of stabiele thuisbasis. Denk aan jongeren die van sofa naar sofa trekken, in tijdelijke opvang verblijven of in een onveilige of onhoudbare thuissituatie wonen. Deze verschillende vormen zijn ook op Europees niveau vastgelegd in de Ethos-typologie. ETHOS staat voor European Typology of Homelesness and Housing Exclusion.
Sommige jongeren zijn gedwongen dakloos, bijvoorbeeld door uithuiszetting of gezinsproblemen. Anderen lopen weg van een bedreigende of onhoudbare thuissituatie. Achter elke situatie schuilt een ander verhaal.
ETHOS: een breder begrip van thuisloosheid
Om deze complexiteit te duiden, gebruiken onderzoekers de ETHOS-typologie. Die onderscheidt verschillende vormen van dak- en thuisloosheid, waaronder:
Dakloosheid: jongeren die zonder enige vorm van onderdak zich in de publieke ruimte begeven. Ze slapen op straat of in nachtopvang.
Thuisloosheid: jongeren die in tijdelijke of institutionele opvang verblijven, zonder langdurig woonperspectief. Ook jongeren die van sofa naar sofa trekken vallen hieronder.
Woononzekerheid: jongeren zonder eigen huurcontract, afhankelijk van anderen of met dreiging van uithuiszetting.
Ongeschikte huisvesting: jongeren die wonen in overbewoonde, onveilige of onbewoonbare omstandigheden.
Deze typologie maakt duidelijk dat dak- en thuisloosheid veel verder gaat dan wat zichtbaar is op straat. De kern van het probleem ligt in het structurele gebrek aan stabiele, veilige en betaalbare huisvesting.
Je ziet het niet altijd
Dak- en thuisloze jongeren vormen dus geen homogene groep. Ze komen uit verschillende achtergronden, met of zonder beperking, elk met hun eigen manieren om te overleven. Je herkent hen niet meteen, en ze bevinden zich niet op één plaats.
Daarom is het belangrijk om met een open blik te kijken, zonder te snel te oordelen of te labelen. De beeldvorming rond dak- en thuisloosheid blijft vaak eenzijdig, alsof jongeren zelf verantwoordelijk zijn voor hun situatie.
Foto Marc Wallican - W13'
Hoeveel jongeren zijn dak- of thuisloos?
Exacte cijfers zijn moeilijk te bepalen, omdat het om een grotendeels verborgen probleem gaat. Toch bracht een Vlaams pilootonderzoek uit 2020 onder leiding van Koen Hermans de omvang in kaart. In 17 Vlaamse centrumsteden werden in één week tijd 5.873 mensen geteld in een situatie van dak- of thuisloosheid. Bijna één op drie was jonger dan 25 jaar. Meer dan 1.700 jongeren verkeerden dus in een onstabiele woonsituatie.
Vooral jongvolwassenen tussen 18 en 25 leven in kwetsbare omstandigheden. De overstap van minderjarigheid naar volwassenheid betekent vaak een val uit het systeem: de wetgeving, opvang en ondersteuning veranderen abrupt. Velen vallen uit de jeugdhulp, hebben geen inkomen of netwerk, en vinden moeilijk toegang tot de woningmarkt. Voor hen is volwassen worden zelden een nieuw begin.
De drie grootste groepen
Het onderzoek van Koen Hermans en collega’s (2020) toont aan dat dak- en thuisloze jongeren niet één uniforme groep vormen, maar uiteenlopende achtergronden en ervaringen hebben. Toch springen er drie grote subgroepen in het oog, elk met hun eigen profiel en risicofactoren.
1.Jeugdhulpverlaters
Ongeveer een kwart van de dak- en thuisloze jongeren heeft een verleden in de jeugdhulp. Zij kampen opvallend vaak met psychische problemen, verslaving en/of verstandelijke beperkingen.
Hun woon- en leefsituatie is erg kwetsbaar. Ze verblijven vaker in opvangcentra, instellingen of zelfs de openbare ruimte, en kunnen zelden bij familie of vrienden terecht. Conflicten, relationele breuken, psychische problematieken en het wegvallen van residentiële zorg spelen daarbij een grote rol.
2. Jongeren zonder hulpverleningsgeschiedenis
Deze jongeren hebben geen verleden in jeugdhulp of psychiatrie. Vaak kwamen ze nog nooit met hulpverlening in aanraking en kennen ze het hulpverlenend landschap niet. Hun thuisloosheid is vaak het gevolg van conflicten met familie of vrienden, relatieproblemen of het aflopen van een huurcontract.
Zij logeren vaker bij vrienden of familie en slapen zelden op straat of in de noodopvang. Ze staan sterker op het vlak van werk en inkomen: velen hebben werk of een werkloosheidsuitkering, en minder vaak helemaal geen inkomen.
3. Jongeren met een vluchtverhaal
Nieuwkomers, jongeren met een niet-Belgische nationaliteit, vormen de grootste afzonderlijke groep. Hun traject naar dakloosheid wordt vooral bepaald door migratieomstandigheden, huisvestingsproblemen en juridische uitsluiting.
Ze verblijven vaker in tijdelijke of onconventionele ruimtes en dreigen hun woonst te verliezen. Velen leven zonder begeleiding of referentieadres, en hebben beperkte toegang tot uitkeringen of sociale bescherming. Een groot deel heeft geen vast inkomen of werkt in het zwart.
Deze driedeling toont hoe uiteenlopende trajecten kunnen leiden tot dak- of thuisloosheid. Elke groep vraagt om maatwerk in begeleiding en beleid. Toch delen ze een belangrijk pijnpunt: het gebrek aan structurele woonzekerheid.
""Meestal weet ik pas waar ik slaap als het donker wordt.""
Jongere tijdens interview
Wat betekent dak- en thuisloosheid voor jongeren?
We gebruiken marketingcookies om deze website optimaal te laten werken. Accepteer deze cookies om verder te gaan.
Besluit
Dak- en thuisloosheid bij jongeren gaat dus over meer dan “geen dak boven je hoofd”. Het gaat over jongeren die uitgesloten worden van een basisrecht, en terechtkomen in een leefwereld waar onzekerheid de norm wordt. Door gebruik te maken van de ETHOS-typologie wordt duidelijk hoe veelzijdig en structureel dit probleem is. De aanwezigheid van honderden jongeren zonder vaste verblijfplaats in Vlaanderen is geen toeval, maar het gevolg van tekortschietende systemen in wonen, zorg, jeugdhulp en sociaal beleid. De cijfers leggen een realiteit bloot die vraagt om structurele oplossingen — maar het begint bij erkenning van wat dak- en thuisloosheid werkelijk betekent.
Leer meer over dak- en thuisloosheid bij jongeren
Hoe kan je dak- en thuisloosheid bij jongeren herkennen?
Hoe kan je dak- en thuisloosheid bij jongeren herkennen?
Wat kan je doen als jeugdwerker?
Wat kan ik doen als jeugdwerker?
Een thuis voor elke jongere: hoe beleid en jeugdwerk het verschil maken
Wat doet het beleid? Deze complexe problematiek is niet onbekend bij het beleid. Kijk hier wat het beleid doet en wat jij kan doen op lokaal, bovenlokaal en/of Vlaams niveau om impact te hebben.